De 3e vraag in de enquête ging over een onderwerp dat eigenlijk altijd aan de orde komt wanneer sociale media ergens wordt geïntroduceerd; weerstand.
De gebruikers zouden in de meeste gevallen het leidend voorwerp bij de implementatie van nieuwe informatie systemen moeten zijn. Echter vervullen zij in sommige gevallen de rol van het grootste obstakel;
“Ik vond de netwerkschijf toch handiger…”, “veels te ingewikkeld dit….” en “wéér een nieuw systeem”.
Toch wel vaak gehoorde opmerkingen tijdens implementatie trajecten weten wij uit ervaring. En daar is op zich niets mis mee! We weten namelijk ook uit ervaring dat de personen met de grootste weerstand zich meestal erg betrokken voelen bij het onderwerp. Wanneer zij, na veel discussie en uitproberen, zien dat sociale media een enorm goed hulpmiddel kan zijn veranderen ze vaak in de grootste cheerleaders.
Vanuit welke hoek verwacht u de meeste weerstand bij het implementeren van sociale media?

Vaak zien we dat er bij de introductie van sociale media binnen organisaties veel nadruk op de techniek wordt gelegd. Gebruikers staan eigenlijk nooit helemaal bovenaan de prioriteiten lijst. Techniek, planning, budgetten worden in veel gevallen belangrijker geacht. En dat is vreemd voor iets wat het woord “sociaal” in de naam draagt. Helemaal als je bedenkt dat de afwegingen met betrekking tot techniek steeds minder belangrijk worden. Cloud computing, XML standaarden, API´s en andere moderne technieken maken de keuze voor een bepaalde aanbieder of systeem veel minder kritisch. Daarnaast komt het (hopelijk) niet meer voor dat een sociale intranet volledig als maatwerk wordt ontwikkeld. Je zou dus bijna kunnen stellen dat er meer dan genoeg tijd is om aandacht te geven aan de toekomstige gebruikers.
Toch komen we gevallen tegen waar er enorme bedragen zijn geïnvesteerd om de beste, nieuwste, meest uitgebreide software aan te schaffen om er vervolgens nog een paar koffers geld tegen aan te gooien voor hele stapels maatwerk. En dan komt het moment dat het tonnen of soms zelfs miljoenen kostende intranet in gebruik moet worden genomen. “We moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat iedereen het gaat gebruiken, anders is het weggegooid geld”, “Ach joh, we organiseren een kick-off party met wat hapjes, drankjes, een leuke spreker en een figuurlijk lintje en daarnaast leggen we bij elke werkplek een Quick Reference Guide neer. Appeltje eitje!”.
Aannemen dat de gebruikers na een leuke middag en een handig naslagwerkje het nieuwe systeem accepteren, en belangrijker, ook gaan gebruiken is een aardig begin maar geen garantie voor succes. Dit kan dus een behoorlijk risico zijn, vooral wanneer er aan het intranet in kwestie een groot prijskaartje hing.
Maar hoe zorg je er dan voor dat de gebruikers in plaats van het grootste obstakel juist de grootste cheerleaders worden van het nieuwe sociale intranet? Dit is misschien wel de moeilijkst te beantwoorden vraag aangezien het hier om gedrag van mensen gaat in plaats van requirements, planningen en budgetten.
Zet de gebruikers boven aan het prioriteiten lijstje en zoek hulp! Dat klinkt misschien wat oneerbiedig maar dat is zeker niet zo bedoelt. Zorgen dat werknemers het nieuwe sociale intranet omarmen en gaan gebruiken, oftewel community management, is langzaamaan een echte wetenschap aan het worden. Community managers zijn allang niet meer veredelde moderators die discussies levend houden of mensen wijzen op de huisregels. Tegenwoordig zijn het verander-managers en communicatie experts die precies weten hoe ze mensen moet activeren.
In een reeks van interviews, laat ik mensen aan het woord die iets doen met sociale media. Vaak intern bij organisaties, maar soms ook extern. Deze maand is het woord aan Linda Goeman en Sander Zwart, werkzaam bij BBned. Een organisatie die breedbanddiensten levert aan service providers en telecombedrijven.
In een zeer modern gebouw word ik ontvangen door Linda en Sander. Beide zijn vanuit hun vestiging verantwoordelijk voor de implementatie van een nieuw intranet. Linda is vooral verantwoordelijk voor de inhoud, terwijl Sander zich meer met de techniek bezighoudt. Het nieuwe intranet, dat een rustig en professioneel karakter heeft, is net een maand operationeel.
Linda trapt af: “De aanleiding ligt in het feit dat we graag één intranet wilden creëren voor de vestigingen Hoofddorp en Nijmegen. Een platform om beide vestigingen bij elkaar te krijgen. Met dit nieuwe intranet is het goed gelukt een brug te slaan.”
Linda noemt nog een andere reden: “Ons huidige intranet was sterk verouderd. Het was toen erg gebaseerd op de organisatie structuur. Het nieuwe intranet is veel meer afgestemd op de behoeftes van de medewerkers.” Een van de tabbladen heet ‘Praktisch’, ik snap wat ze bedoelt.
“We hebben medewerkers in een heel vroeg stadium betrokken bij het proces. Aan de hand van een vooronderzoek kregen we inzicht in de verwachtingen ten aanzien van het nieuwe intranet. Zo creëerden we draagvlak en betrokkenheid.”, kijkt Sander terug.
We praten verder over de sociale componenten van het intranet. Sander: “Ook ons vorige intranet bevatte sociale componenten. Zo hadden medewerkers de mogelijkheid om op artikelen te reageren. Iets wat in de open en eerlijke cultuur van BBned past. Medewerkers konden anoniem reageren op artikelen, wat wel eens leidde tot reacties met een minder professioneel karakter. Vandaar dat we in het nieuwe intranet gekozen hebben voor een reactiemogelijkheid met naam en foto.“ Ik constateer dat het een wijze les is voor een ieder die met een sociaal intranet aan de gang gaat. Het zijn van die subtiele details die echt het verschil maken tussen succes hebben of niet.
Ik vraag hen naar andere sociale aspecten van het nieuwe intranet. “We wilden een platform maken waarbij mensen elkaar kunnen vinden. Daarom is het smoelenboek een prominent onderdeel van het intranet.” Ik kijk naar de screenshots die ze me tonen. Het smoelenboek is inderdaad indrukwekkend, het laat verschillende invalshoeken zien: vanuit het individu, maar ook vanuit de afdeling. “ Medewerkers kunnen daar hun interesses benoemen en ook is iedereen opnieuw op de foto gezet”, verklaart Sander nader.
“Naast de corporate informatie is een tabblad aangemaakt dat we ‘Sociaal’ noemen. Daar kunnen medewerkers hun eigen foto’s plaatsen, artikelen aanbieden via een online marktplaats en uiteraard op elkaar reageren.”
“Hoewel iedereen wel de mogelijkheid heeft om te publiceren, gaat het nog niet vanzelf”, antwoord Linda op mijn vraag over het levendig houden van het Intranet. “We hebben een mini handleiding geschreven en we trachten zo nu en dan iets uit te lichten. Het zit hem vooral in de herhaling. Ook een tip van de week gebruiken we hiervoor”. Ik zie veel parallellen met het opzetten van een community.
Leuk detail is dat ze kunnen zien hoeveel berichten iemand gepost heeft. Deze gegevens kunnen van dienst zijn om het intranet verder te optimaliseren. Een eventuele discussie over kleurgebruik hebben ze keurig platgeslagen door dit instelbaar voor de gebruiker te maken. Het zijn van die details die drempels wegnemen bij de gebruiker.
Ik vraag hen naar de toekomstige uitbreidingen op sociaal media gebied. “Omdat we net live zijn, gaan we eerst inventariseren welke zaken aanslaan. We zitten te denken om de profielfuncties verder uit te breiden, een poll in het leven te roepen of twitterachtige status updates op te nemen. Maar dit alles is nog toekomstmuziek.” Na het prettige gesprek, kan ik niet anders dan concluderen dat ik net gesproken heb met twee mensen die een mooi product hebben opgeleverd.
In de eerste reeks van interviews, laat ik mensen aan het woord die iets doen met sociale media, vaak intern bij organisaties, maar soms ook extern. Deze maand is het woord aan Harold Ytsma, werkzaam bij stadsdeel De Baarsjes in Amsterdam.
Op een zonnige woensdagmiddag heb ik afgesproken met Harold Ytsma. We ontmoeten elkaar op een leuke plek op het centraal station in Amsterdam, in het cafe ‘1e klas’. Een plek waar mensen samenkomen. Harold noemt zichzelf informatiemakelaar, iemand die informatie verzamelt, het verwerkt om het vervolgens door te geven als antwoord op iemands vraag. Zijn typering over zichzelf: “Een jonge man van zestig gefascineerd door informatie (en het doorgeven daarvan) voor de creatie van aangenamer leven en werken."
En dat hij informatie verzamelt, daar kom ik snel achter. Hij noemt direct twee interessante zaken, een social media onderzoek van corner-stone.nl en het boek van Huib Koelman, twitteren op je werk. Echt een aanrader noemt hij het. Hij besluit het onderwerp met: “Twitter is een professioneel gereedschap, wat ook steeds meer als zodanig wordt gebruikt.”
Ik vraag hem over sociale media binnen zijn organisatie. Harold zegt hierover: “Iedere organisatie krijgt er tussen nu en 2012 mee te maken, dus ook wij. Extern zijn we er al mee bezig, met burgerparticipatie. Intern zijn wiki’s en blogs nog niet aan de orde. Mijn taak hierin is om in eerste instantie te kijken welke initiatieven er momenteel al gaande zijn. Het informele circuit is nog niet zichtbaar, maar is zeker belangrijk omdat ook daar kennis wordt gedeeld. De introductie van sociale media vormt onderdeel in een groter geheel: Het Nieuwe Werken. Maar ook in een breder perspectief: informatie management, HR management, kwaliteitsmanagement en ga zo maar door.”
Ik stel hem de vraag hoe hij de introductie van sociale media zou aanpakken. Hij antwoord strijdvaardig: “Begin bij de gebruiker die ermee moet gaan werken. Vraag aan hem of haar wat de behoefte is. Maak een eerste groep van gemotiveerde medewerkers. En laat het zich daarna als een olievlek vergroten. Zo is de PC begin jaren tachtig ook dikwijls geïntroduceerd. Dus ik ga op zoek naar de mensen die ‘ja, en …’ zeggen. Aan ja-maar-ers heb ik een bloed hekel.
“Bij de introductie moet het van meet af aan geen extra werkbelasting zijn voor de collega’s. Ze moeten het kunnen ervaren als een opluchting. Ze moeten het gevoel krijgen: eindelijk worden dingen aangepakt, eindelijk minder email bijvoorbeeld, we hoeven niet altijd meer te bellen om elkaar te spreken, etc. ”
We krijgen het ook nog over de tooling. “Zo’n communityplatform moet intuïtief zijn. Je moet direct weten hoe het werkt. Het moet makkelijker in beheer zijn. Zoals bij Ning, slepen en klaar. ” Ook krijgen we het uiteraard even over CorporateLives®. Hij geeft iLLUMiON mee: “Het zou nog meer de richting op moeten van co-creatie, en hoe zorg je daar eenvoudig voor.” Wat Harold betreft biedt CorporateLives® te veel functies tegelijkertijd, duidelijk nog te veel technology driven. “Eenvoud is denk ik meer het succes.”, vervolgt Harold. Ook integraties met andere kennisbronnen worden genoemd. “Integraties met LinkedIn, Twitter en Yammer zou ook mogelijk moeten zijn”, tipt Harold iLLUMiON.
“Het communiceren en het vinden van informatie gaat niet meer als een harkmodel, oftewel van punt naar punt via vaste lijnen. Het is veel meer een wolk geworden. En in die wolk zit alle kennis. Een goede zoekmachine is onontbeerlijk om het juiste informatie te vinden.”
Het gesprek is bijna ten einde. Ik krijg nog een tip van hem, het boek “15 praktijkverhalen over kennismanagement”. Die ga ik eens opzoeken, want dat lijkt me buitengewoon interessant. Met die prettige gedachte en het fijne gesprek verlaat ik centraal station Amsterdam.
Intranet2.0, LinkedIn, Facebook, Hyves... steeds vaker horen we deze termen in onze dagelijkse praktijk. Naast bovengenoemde bekende communities, zien we steeds vaker dat organisaties ook hun eigen interne of externe community starten met specifieke doelgroepen.
(Denk hierbij bijvoorbeeld aan: BusinessClub van Business Nieuws Radio, Ambtenaar2.0 of Overheidcircuit etc.)
Een community blijkt immers een uitstekend gereedschap om mensen met elkaar in contact te brengen en kennis uit te wisselen.
Zowel binnen als buiten de organisatie kan dit grote voordelen opleveren:
• werknemers vinden eenvoudig reeds beschikbare kennis bij andere collega’s
• kennis gaat niet meer verloren op het intranet
• (mogelijke) cliënten vinden vanzelf de diensten die de organisatie aanbiedt
• Intern en extern talent kan worden “gevolgd” voor kennisoverdracht, inspiratie en uitbreiding van het netwerk.
Kortom, of het nu tijdens werktijd is of privé; steeds meer mensen communiceren met elkaar via communities.
Nu is het, met de huidige stand van de techniek, heel eenvoudig om een community te starten of je ervoor op te geven.
• Maar hoe zorg je er nu voor dat je community gaat opleveren wat je ervan verwacht?
• Wat zijn de doelen en mogelijkheden?
• Hoe activeer ik een community en houd ik het actief?
• Hoe beïnvloed ik het gedrag van m’n collega’s zodat ze de community gaan gebruiken om kenns uit te wisselen?
• Hoe kan ik m’n intranet community inzetten voor m’n externe relaties?
• Wat levert een (eigen) community mij dus concreet op?
Zoals bij vele oplossingen blijkt techniek slechts een van de componenten te zijn van de kritische succesfactoren.
In de praktijk blijkt vooral een goede strategie en een doordachte aanpak het succes te bepalen.
Vandaar ook dat de functie communitymanager een steeds belangrijkere rol speelt binnen en buiten de organisatie.
Een communitymanager helpt u bij het succesvol (in-)richten, inzetten en onderhouden van een interne en/of externe community.
Wat doet een communitymanager?
Naast het bepalen van de strategie is de aanpak een belangrijke basis voor het succes.
Deze punten worden door of in samenwerking met de communitymanager uitgebreid besproken en vervolgens vastgelegd in een plan van aanpak. Waarbij de randvoorwaarden en doelstellingen zullen fungeren als leidraad bij de inrichting, inzet en begeleiding van de community. Tevens zullen de activiteiten beschreven worden in combinatie met een planning.
De communitymanager zorgt ervoor dat bovengenoemd document is gebaseerd op een goede inventarisatie van de interne en/of externe doelgroep(en) met bijbehorende informatiestromen.
Zodat de inrichting en start van de community succesvol zal verlopen.
Mocht uw organisatie (nog) niet beschikken over een ervaren communitymanager, dan kunnen onze specialisten zorgdragen voor een goede training, begeleiding en coaching.
Nader kennismaken?
Bent u van plan de mogelijkheden van een community nader te onderzoeken? Neemt u dan gerust contact met ons op of geef u op voor een van onze workshops over dit onderwerp. (http://www.illumion.nl/workshop) Iedere maand organiseren wij zo’n bijeenkomst met uiteenlopende sprekers uit de praktijk.
Een dergelijke workshop kunnen wij ook binnen uw organisatie verzorgen. Dit biedt u de mogelijkheid om de presentaties af te stemmen op uw specifieke business case.
In mijn vorige blog over Vraag 1 had ik het over het tipping point, de kritische massa die er voor zorgt dat een idee, concept of oplossing ineens gemeengoed wordt. De conclusie was dat we, wat betreft sociale media binnen organisaties, midden in dat tipping point zitten. Goed op weg, maar nog niet op de plaats van bestemming.
Maar is dat wel zo? Is het niet gewoon een simpele hype? Een situatie waar iedereen er wel over praat, maar er niets mee doet?
Vraag 2 probeert daar antwoord op te geven door niet te vragen naar een mening over, maar juist naar de werkelijke staat van sociale media binnen de organisatie. Deze vraag luidt dan ook;
Welke stelling met betrekking tot de introductie van sociale media past het beste bij uw organisatie?

Ook in deze vraag komt weer duidelijk het tipping point naar voren. Stelling 4, 5 en 6 krijgen verruit de minste stemmen, en hier vallen stelling 4 en 6 op. Beide geven namelijk twee extremen aan; onze organisatie is er nog helemaal niet mee bezig én; de implementatie van sociale media is inmiddels achter de rug.
De stellingen die wel hoog scoorden schetsen een beeld van een startende acceptatie. Meer dan de helft van de ondervraagde organisaties geven aan zich te oriënteren op het gebruik van sociale media en bijna 40% geeft aan te weten waar zij sociale media voor willen gebruiken (waarvan 17% al daadwerkelijk met een implementatie bezig is).
Maar laten we stelling 1 eens verder onder de loep nemen; “Wij zijn nog aan het oriënteren op wat voor manier sociale media onze organisatie kan helpen.”. Dit klinkt als een oplossing op zoek naar een probleem! Zo op het eerste gezicht niet de meest efficiënte manier van werken. Toch is dit niet zo raar als veel mensen denken. Eén van de grootste (volgens sommige zelfs dé grootste) uitvindingen van de mensheid, de laser, is precies zo begonnen.
Het was Theodore H. Maiman van het Hughes Research Lab die in 1960 de eerste werkende laser construeerde. Een mooi moment voor de wetenschap, al wisten de meeste wetenschappers stiekem niet zo goed wat ze met deze nieuwe ontwikkeling aan moesten. Nu, precies 50 jaar later, is de laser verantwoordelijk voor een enorm aantal uitvindingen en producten die ons leven elke dag makkelijker, leuker en veiliger maken. Denk aan CD´s, ziekenhuisapparatuur, kernfusie, kwaliteitscontrole, meetapparatuur, beveiligingssystemen, printers en sinds kort ook uit de kluiten gewassen wapens.
Nu is het bij veel organisaties met betrekking tot sociale media net zoals met de laser 50 jaar geleden. Voordeel is wel dat van sociale media bekend is op wat voor vlakken het een verbetering kan brengen. Betere en makkelijkere communicatie, minder vaak het wiel opnieuw uitvinden, sterkere binding tussen de werknemers, dit zijn allemaal verbeteringen die door veel personen worden geassocieerd met sociale media. Alleen hoe krijgen we dit voor elkaar? Welke aspecten van sociale media moeten we hiervoor inzetten en hoe krijg ik mijn werknemers en collega´s mee?
Dit is het moment voor de community manager. Iemand die gespecialiseerd is in het matchen van een oplossing met een probleem. De community manager kan u helpen met het beantwoorden van die o zo belangrijke vraag; “Op wat voor manier kan sociale media ons helpen?”. En wanneer uw organisatie besluit verder te gaan met sociale media kan dezelfde community manager u helpen met al die andere belangrijke vragen; welke aspecten van sociale media gaan we inzetten en hoe overtuigen we de meest sceptische werknemers ?
We zitten in het tipping point, de antwoorden op deze enquête vraag zien er over 1 à 2 jaar heel anders uit. Bij veel organisaties is er wel het besef maar nog niet het inzicht dat sociale media een heel erg belangrijk hulpmiddel is. Dit is het moment voor de community manager..
Meer weten? Mail naar: info@illumion.nl
De afgelopen week was er in de Westergasfabriek het evenement TheNextWeb (de eerste dag was elders, maar dat is een niet interessant detail). Drie dagen lang ging het over de nieuwe mogelijkheden, ideeen en kansen voor het web. Dagen die je opnieuw over dingen na laat denken. Hoe past ons CorporateLives® in dit geheel? Bijzonder leuk en inspirerend.
Het gaat te ver om een compleet verslag te doen van de drie dagen, daarom hieronder enkele voorbeelden van de presentaties.
De presentaties vielen in twee soorten uiteen (die elkaar in een prettig ritme afwisselden): de keynote sprekers en startup presentaties. De laatste waren nieuwe initiatieven voor het web, ieder met een eigen invalshoek: van het delen van elkaars playlists tot software om een gestolen laptop terug te vinden middels geo informatie die het device doorspeelt als het opnieuw wordt opgestart (door de dief).
Anderen hadden ingezet op de kracht van de locale communities. Het voorbeeld ging over mensen die in dezelfde metro reizen, en die elkaar later online konden ontmoeten. En omdat er ook geld verdiend moet worden: waar de locale adverteerders weer profijt uit konden trekken. De winnaar van de startups werd Next2news, een nieuwe vorm van adverteren, waarbij de adverteerder zelf kan bepalen bij welke artikelen de advertentie geplaatst wordt.
Zelf vond ik de presentatie van Tim Ferriss, die het boek schreef “the 4-hour workweek”, een boeiend verhaal. Het ging niet zozeer over de 4 uur werkweek, maar over hoe je omgaat met kritische mensen (the haters zoals hij ze zelf noemt) die over je business (blogs) praten en waar je je op moet focussen en waar niet. Hij gaf daarvoor zeven (levens-)lessen, die wil ik jullie niet onthouden:
Tot slot nog dit: Ik vind het fascinerend om te zien hoe anders er geluisterd wordt naar de presentaties dan een paar jaar terug. Iedereen met een laptop, een iPad, telefoons en ga zo maar door. Er wordt direct gepubliceerd op het internet, gediscussieerd via twitter, gedeeld op flickr. Zo ook ik. Terwijl ik luister naar de presentaties, deel ik mijn informatie en opgedane kennis met mijn collegae op CorporateLives® die niet aanwezig zijn bij TheNextWeb.
In realtime!
Angst om er niet bij te horen, om iets te missen van de grote hoeveelheid informatie, maakt jongeren ziek. Het heeft een naam: geen zwaarlijvigheid, obesitas, maar informatieovervloed, infobesitas. Het is, naar ik lees, de nieuwe ziekte. Ook verneem ik dat het een nieuwe trend is, vooral dan onder de jongeren. De veelgehoorde klachten zijn: slaaptekort, vermoeidheid en concentratieproblemen. De term infobesitas is verzonnen door iemand uit het trendteam van YoungWorks, een bureau voor jongerencommunicatie. Maar in de publiciteit bleef het niet bij de introductie van de naam. De media sprong er bovenop, het haalde ruimschoots de TV waar het een serieus item werd.
Dus van teveel informatie wordt je ziek. Ik hoor ook hele andere geluiden. Herkent u een van deze opmerkingen binnen uw organisatie: “waarom hoor ik nooit eens wat over onze afdeling?”, “waarom moet ik in de krant lezen hoe het met onze organisatie gaat?”. Van te weinig informatie worden mensen ook knorrig. Moeten we dit dan ook maar een aandoening noemen en als ziekte beschrijven? De symptomen zouden evengoed hetzelfde kunnen zijn.
Welke gevolgen heeft te weinig informatie? Procesmatig kan ik er zo een paar noemen, maar ook het gevoel dat mensen erbij hebben: “ik word niet betrokken”, “waarom wist ik dat niet”. Er zou eens onderzoek gedaan moeten worden wat precies informatie tekort voor gevolgen heeft.
Nee, ik geloof niet dat er al bedrijven zijn die lijden aan infobesitas. Maar ik heb wel het medicijn tegen te weinig informatie: sociale netwerken in de organisatie. Laagdrempelig informatie delen met collegae. Iedereen kan iedereen bereiken. Je hoort snel zaken die er spelen. Je zou het eens moeten proberen.
Maar het laat me toch niet los. Teveel informatie. Te weinig informatie. Entropie is de maat voor informatiedichtheid in een reeks van gebeurtenissen. Op wikipedia staat een formule daarvoor. Maar hoe mensen omgaan met deze informatie kan volgens mij het beste uitgetekend worden als een parabool. Teveel is niet goed, te weinig ook niet. Ergens zal er dus een optimum zijn. Een hoeveelheid informatie waar je je lekker invoelt, dat aanvoelt als arbeidsvitamine. En waar je beter van wordt. En dat in meerdere opzichten.
Kortom, waar ligt het optimum van de parabool?
Wanneer je ergens heel erg enthousiast over bent kan het gebeuren dat je de wereld door een roze bril gaat bekijken.
Enthousiast ben ik absoluut over het gebruik van sociale media binnen organisaties en overheden. Ik ben er zelfs heilig van overtuigd dat dit een concept, werkwijze, oplossing is (hoe je het ook wilt noemen) die organisaties kan helpen beter te communiceren en kennis te delen.
Echter moet ik er voor zorgen dat de roze bril ver van m`n neus blijft. Dit doe ik (uiteraard samen met mijn collega`s) door continu feedback, meningen en ideeën te verzamelen. Keeping it real, zoals vele rap-artiesten zouden claimen.
Onderdeel hiervan is een korte enquête die ik onlangs bij de deelnemers van de “Hoe word ik een Intranet Community Manager” workshop heb afgenomen. In deze blog wordt elke week één van de vragen met bijbehorende uitkomst en conclusie geplaatst.
Feedback is meer dan welkom, we keepen het graag real!
Volgens het Intranet 2.0 Global Survey (http://intranetblog.blogware.com/blog/_archives/2008/10/9/3923844.html) worden er in ongeveer 47% van de ondernemingen momenteel Wiki`s gebruikt voor het delen van kennis. En in 17% van de gevallen is men zelfs al bezig met sociale netwerken.
Deze cijfers geven aan dat de acceptatie van sociale media voor het gebruik binnen organisaties al behoorlijk ver is. Maar hoe staan de zaken er in Nederland voor? Of voor u persoonlijk?
De eerste vraag in mijn enquête luidde: Wat betekent sociale media voor u?
En hier kwam het volgende uit;

Opvallend is dat vrijwel niemand (2%) van mening is dat sociale media nog niet volwassen genoeg zijn voor gebruik binnen organisaties. Daarnaast vindt 46% het bewezen technologie voor gebruik binnen organisaties. En dit is opvallend, het gebruik van sociale media binnen organisaties staat letterlijk nog in de kinderschoenen. Tuurlijk; Facebook, Hyves, MySpace, ze bestaan onderhand al ongeveer 5 jaar. De interesse van het bedrijfsleven en de overheid is veel jonger, maar toch zegt nu al 46% dat het bewezen technologie is! Dat zegt iets over de adaptiegraad van deze technologie, die is namelijk opvallend snel.
De vraag is nu waar dit naar gaat leiden?
We zitten wat betreft sociale media midden in het tipping point (http://en.wikipedia.org/wiki/Tipping_point_%28physics%29). Net zoals met desktop computers eind jaren 70, e-mail eind jaren 80 en het WorldWideWeb begin jaren 90. Iedereen wist dat het gemeengoed zou worden, vrijwel iedereen kende de voordelen, de technologie was er grotendeels, maar nog lang niet iedereen gebruikte het. De kritische massa van gebruikers was er nog niet, precies zoals nu met sociale media binnen organisaties het geval is.
Dit zien we ook terug in mijn enquête. Maar 8% vindt het een hype, 2% vindt het nog niet volwassen genoeg. Echter zegt al 46% dat het een bewezen technologie is.
“Nou dat is mooi, we zijn er dus bijna!”, hoor ik mezelf denken. Nog een paar maanden, maximaal een paar jaar wachten, en dan gebruikt iedereen sociale media om beter, sneller en efficiënter te kunnen werken! Maar zo werkt het niet, we zitten dan wel in het tipping point, maar dit is juist de tijd om de mouwen op te stropen. Dat laatste zetje geven, die laatste mensen aan boord krijgen om die kritische massa te bereiken.
Doet u mee?
Iedereen heeft de wereld wat te bieden.
Wat is jouw intentie, je ervaring, je vaardigheden en je attitude?
Zou de wereld niet mooi zijn als jouw antwoord op bovenstaande vragen de belangrijkste ingredienten zouden zijn op basis waarvan de wereld om je heen je waardeert en benadert om zaken te doen?
Nee, dit is niet het begin van een handleiding over: "hoe word ik gelukkig?" Maar het was wel het eerste wat mij te binnen schoot toen ik las in #FDOutlook dat over een paar maanden dertig Galileo-satellieten in werking worden gezet rondom de aarde.
Belangrijke kenmerken van deze wonderen der techniek zijn namelijk o.a.:
Welnu, je telefoon automatisch je huidige fysieke locatie laten twitteren is niets nieuws meer. Maar door de verouderde GPS technologie blijft je werkelijke locatie vaak een raadsel.
Met Galileo kan je iemand binnen kantoor vinden die achter je staat in de rij in de kantine. "Ja, so what ??" hoor ik je denken.
Stel je nu eens voor dat iedereen door gebruik te maken van slimme sociale software een eigen kennisprofiel opbouwt en dat bijvoorbeeld in zijn mobiele telefoon met zich meedraagt. (zoals je dat ook nu al doet met je contactgegevens van je telefoonboek) En dat met behulp van dit sociale kennismanagementsysteem je via je telefoon gematched wordt met mensen in de fysieke wereld om je heen. Dan wordt het dus mogelijk om mensen te ontmoeten op basis van gemeenschappelijke voorkeuren en intenties terwijl je staat te wachten! Je telefoon geeft immers op een meter nauwkeurig weer wie waarschijnlijk een goede gesprekspartner voor je zal zijn. (..een nieuw soort passer van Galileo Galilei om uit te rekenen wie het beste bij jou past?)
Wie zal het zeggen. Maar stel je eens voor hoeveel tijd, geld en irritatie we ons zouden kunnen besparen op het gebied van telemarketing en ongevraagd reclame materiaal!
Aanbieders hoeven niet meer op zoek naar klanten maar klanten vinden vanzelf de juiste aanbieders.
Iedereen heeft de wereld wat te bieden.
Wat is jouw intentie, je ervaring, je vaardigheden en je attitude?
Op 24 februari was er in Amersfoort de eerste bijeenkomst van Ambtenaar 2.0 met als thema “open, sociaal en de mens centraal”. En die woorden passen eigenlijk perfect bij onze visie en bij ons product. Sterker nog, wij profileren ons ook op die manier. Dat schept een band. En met die prettige gedachte gingen we op weg naar Amersfoort. En het werd echt een bijzondere en leuke dag. Er waren veel enthousiastelingen in Amersfoort om het traditionele werken vaarwel te zeggen en te kijken naar nieuwe manieren om samen te werken en kennis te delen.
Gedurende de dag werden er workshops gehouden en presentaties gegeven over allerlei 2.0 onderwerpen. Interessant om te horen wat een ieder bezighoudt. Wij stonden op de Marktplaats, met CorporateLives® in de schijnwerpers. Velen vonden ons tool prettig om mee te werken, eenvoudig in gebruik. Enkele kwamen met nieuwe suggesties en goede ideeën. Prima dus! Ook wilden veel deelnemers meer weten over de rol van de community manager en de gedragverandering dat naast het tool zo belangrijk is.
Drie dingen die er op die dag toch wel echt uitsprongen waren:
Over één ding waren ze het allemaal eens. Het is niet meer de vraag of deze sociale media gebruikt gaan worden voor de interne communicatie, de vraag is alleen nog maar wanneer.....
Radioweg 1c
1324 KW Almere
Postbus 1475
1300BL Almere
Tel:036 - 54 09 675
Fax:036 - 54 05 825